Over de grens: inspiratie uit het Living Lab in Liverpool
Wat kunnen we leren van het Living Lab in Ageing & Dementia in Liverpool? AWO-L partners gingen op bezoek en brachten nieuwe ideeën mee terug naar Limburg.
28 mei 2026 - lees meer
hier vindt u alle nieuwsberichten rondom de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg
Wat kunnen we leren van het Living Lab in Ageing & Dementia in Liverpool? AWO-L partners gingen op bezoek en brachten nieuwe ideeën mee terug naar Limburg.
28 mei 2026 - lees meer
In dit tweede seizoen gaan jullie nieuwe hosts Svenja Cremer en Tula Verhalle met zorgprofessionals, onderzoekers, docenten, studenten, ouderen en hun naasten in gesprek over actuele thema’s in de ouderenzorg. Elk thema wordt in meerdere afleveringen belicht, telkens vanuit verschillende perspectieven uit praktijk, onderwijs en onderzoek.
28 mei 2026 - lees meer
Hoe ziet de ouderenzorg van morgen eruit?
En belangrijker nog: hoe geven we die vandaag al vorm?
โ
๐๐ฉ ๐๐จ๐ง๐๐๐ซ๐๐๐ ๐๐ ๐ฃ๐ฎ๐ง๐ข ๐๐๐๐ ๐ง๐จ๐๐ข๐ ๐ญ ๐๐ ๐๐๐๐๐๐ฆ๐ข๐ฌ๐๐ก๐ ๐๐๐ซ๐ค๐ฉ๐ฅ๐๐๐ญ๐ฌ ๐๐ฎ๐๐๐ซ๐๐ง๐ณ๐จ๐ซ๐ ๐๐ข๐ฆ๐๐ฎ๐ซ๐ (๐๐๐-๐) ๐ฃ๐ ๐ฏ๐๐ง ๐ก๐๐ซ๐ญ๐ ๐ฎ๐ข๐ญ ๐จ๐ฉ ๐ก๐๐ญ ๐ฃ๐๐๐ซ๐ฅ๐ข๐ฃ๐ค๐ฌ๐ ๐ฌ๐ฒ๐ฆ๐ฉ๐จ๐ฌ๐ข๐ฎ๐ฆ: "De kunst van het vooruitzien - met kennis en verbeelding richting morgen"
Sinds 2015 is de wijkverpleegkundige verantwoordelijk voor het indiceren van zorg. Zij bekijkt welke zorg nodig is en wie de zorg moet leveren. Er zijn aanwijzingen voor variaties binnen deze indicatiestellingen. Door de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg is hier onderzoek naar gedaan en het blijkt dat die variaties ontstaan doordat er geen gebruik wordt gemaakt van één landelijk systeem, de voorbereiding op het indiceren voor elke wijkverpleegkundige anders is en het normenkader weinig wordt benut. Ondanks deze variaties worden er echter geen ongewenste indicaties gesteld.
Van 2020 tot 2024 heeft de AWO-L samen met Nivel en Hogeschool Utrecht dit onderzoekproject uitgevoerd. Dit was in opdracht van het Bestuurlijk Overleg Hoofdlijnenakkoord (HLA) Wijkverpleging 2019-2022 en gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het doel was om te begrijpen waarom er verschillen zijn in hoe wijkverpleegkundigen zorg beoordelen, hoe groot die verschillen zijn, en waardoor ze ontstaan. Ook wilden ze oplossingen vinden om deze verschillen kleiner te maken en de kwaliteit van de zorgbeoordeling te verbeteren. Het onderzoek is inmiddels afgerond en het eindrapport is in mei aangeboden aan de Tweede Kamer.
Om te achterhalen of er daadwerkelijk verschillen zijn in indiceren, werden honderden zorgdossiers doorgespit. Daaruit kwam naar voren dat er geen verkeerde indicaties waren gesteld. Nadat eenzelfde casus aan verschillende wijkverpleegkundigen werd voorgelegd, bleek wel verschil te zijn in de manier van indiceren. Wijkverpleegkundigen kiezen andere doelen, doordat ze bijvoorbeeld snel inzetten op interventies, in plaats van in kaart brengen wat het achterliggende probleem is. Er wordt bijvoorbeeld niet gekeken naar sociale factoren.
Overeenstemming nodig
Uit het onderzoek blijkt dat variatie kan ontstaan doordat verschillende systemen binnen de zorgorganisaties worden gebruikt voor het indiceren van zorgaanvragen. Ook is de voorbereiding op het indiceren uiteenlopend. De ene wijkverpleegkundige mag bijvoorbeeld zonder praktijkervaring aan de slag met indicaties stellen, terwijl de andere een aantal maanden met een collega meeloopt. Daarnaast wordt het normenkader van V&VN als prima beoordeeld, maar wordt er weinig gebruik van gemaakt.
Om meer overeenstemming te krijgen, is de beroepsvereniging V&VN voorstander van een verplichte scholing die wijkverpleegkundigen moeten volgen voordat ze aan de slag mogen met indiceren. Daarnaast streeft zij ernaar dat wijkverpleegkundigen minimaal drie keer per jaar zorggevallen bespreken met collega's om beter te worden in zorgbeoordeling.
Voor meer informatie en de volledige conclusies en aanbevelingen, verwijzen wij naar het eindrapport.