Over de grens: inspiratie uit het Living Lab in Liverpool
Wat kunnen we leren van het Living Lab in Ageing & Dementia in Liverpool? AWO-L partners gingen op bezoek en brachten nieuwe ideeën mee terug naar Limburg.
28 mei 2026 - lees meer
hier vindt u alle nieuwsberichten rondom de Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg
Wat kunnen we leren van het Living Lab in Ageing & Dementia in Liverpool? AWO-L partners gingen op bezoek en brachten nieuwe ideeën mee terug naar Limburg.
28 mei 2026 - lees meer
In dit tweede seizoen gaan jullie nieuwe hosts Svenja Cremer en Tula Verhalle met zorgprofessionals, onderzoekers, docenten, studenten, ouderen en hun naasten in gesprek over actuele thema’s in de ouderenzorg. Elk thema wordt in meerdere afleveringen belicht, telkens vanuit verschillende perspectieven uit praktijk, onderwijs en onderzoek.
28 mei 2026 - lees meer
Hoe ziet de ouderenzorg van morgen eruit?
En belangrijker nog: hoe geven we die vandaag al vorm?
โ
๐๐ฉ ๐๐จ๐ง๐๐๐ซ๐๐๐ ๐๐ ๐ฃ๐ฎ๐ง๐ข ๐๐๐๐ ๐ง๐จ๐๐ข๐ ๐ญ ๐๐ ๐๐๐๐๐๐ฆ๐ข๐ฌ๐๐ก๐ ๐๐๐ซ๐ค๐ฉ๐ฅ๐๐๐ญ๐ฌ ๐๐ฎ๐๐๐ซ๐๐ง๐ณ๐จ๐ซ๐ ๐๐ข๐ฆ๐๐ฎ๐ซ๐ (๐๐๐-๐) ๐ฃ๐ ๐ฏ๐๐ง ๐ก๐๐ซ๐ญ๐ ๐ฎ๐ข๐ญ ๐จ๐ฉ ๐ก๐๐ญ ๐ฃ๐๐๐ซ๐ฅ๐ข๐ฃ๐ค๐ฌ๐ ๐ฌ๐ฒ๐ฆ๐ฉ๐จ๐ฌ๐ข๐ฎ๐ฆ: "De kunst van het vooruitzien - met kennis en verbeelding richting morgen"
Zorgorganisaties in Limburg zijn aan slag met de verbetering van het proces rondom indicatiestellingen van zorgaanvragen. Dit naar aanleiding van de aanbevelingen die onderzoekers van de AWO-L in samenwerking met Hogeschool Utrecht en het Nivel deden. Zij deden gedurende vier jaar onderzoek gericht op de variaties in het indiceren van zorg door wijkverpleegkundigen en hoe deze verschillen in beoordeling kunnen worden teruggedrongen.
Het onderzoek toonde aan dat er aanzienlijke verschillen bestaan in de hoeveelheid zorg die aan cliënten wordt toegekend. Dit kan variëren van 0 tot 15 uur per week, afhankelijk van hoe de wijkverpleegkundige de zorgbehoefte van een cliënt inschat. Jose van Dorst, onderzoeker aan de universiteit van Maastricht, legt uit dat deze verschillen drie belangrijke oorzaken hebben. Ten eerste kiezen wijkverpleegkundigen vaak voor verschillende doelen bij het bepalen van de hoeveelheid zorg. “Wijkverpleegkundigen richten zich vaak uitsluitend op de somatische problematiek, de psycho-sociale problematiek van cliënten wordt onvoldoende meegenomen, terwijl dit vaak ten grondslag ligt aan de zorgvraag", aldus Van Dorst. Daarnaast richten ze zich meer op de interventies en minder op verpleegkundige problemen die spelen bij de cliënt.
Zorgorganisaties spelen een grote rol in hoe indicaties worden gesteld. Vaak wordt een vast aantal uren zorg ingecalculeerd, ongeacht de individuele situatie van de cliënt. "Wijkverpleegkundigen voelen de druk om hun keuzes te verantwoorden en binnen de opgelegde kaders te blijven", licht Van Dorst toe. Hierdoor is er weinig ruimte voor maatwerk en wordt de zorg niet altijd afgestemd worden op de specifieke behoeften van cliënten.
Een tweede probleem is het gebrek aan samenwerking tussen verschillende partijen, zoals gemeenten, zorgverzekeraars en zorgorganisaties. "Elke partij heeft andere verwachtingen en een andere visie op het indicatieproces. Dit maakt het moeilijk om tot een eenduidige aanpak te komen”, zegt onderzoekster Marit Schwenke van Hogeschool Utrecht. Samenwerking tussen deze partijen is volgens de onderzoekers essentieel om meer uniformiteit te creëren in het indiceren van zorg.
Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat grote variaties in dossiervorming deels ontstaan doordat verschillende systemen worden gebruikt binnen zorgorganisaties. Deze systemen, die het electronische clientdossier ondersteunen, zijn vaak divers ingericht, wat leidt tot een gebrek aan uniformiteit in het proces. Bovendien verschilt de voorbereiding op het indiceren van zorg aanzienlijk tussen wijkverpleegkundigen. Om meer eenduidigheid te brengen, pleit de beroepsvereniging V&VN voor verplichte scholing voor wijkverpleegkundigen. Deze scholing moet voorafgaand aan het indiceren worden gevolgd. Ook willen ze dat verpleegkundigen minimaal drie keer per jaar casussen bespreken met collega’s om van elkaar te leren en zo de kwaliteit van de zorgbeoordeling te verbeteren.
Een ander punt van zorg is de ondersteuning van het zorgproces zelf, geeft Schwenke aan. Dossiers van cliënten zijn vaak slecht gevuld, niet goed navolgbaar en de digitale systemen die worden gebruikt ondersteunen het werk van de wijkverpleegkundigen niet voldoende. Dit gebrek aan adequate ondersteuning zorgt ervoor dat verpleegkundigen zelf op zoek moeten naar oplossingen, wat leidt tot een gefragmenteerde aanpak.
Ondanks deze uitdagingen zijn zorgorganisaties zich bewust van de knelpunten en proberen ze actief stappen te zetten richting verbetering. Organisaties zijn bezig hun personeel meer toelichting te geven en werken aan het bieden van meer ondersteuning. "Er wordt binnen de organisaties steeds meer aandacht besteed aan het zoeken naar oplossingen, maar er is nog veel onduidelijkheid over wat de beste aanpak is. Er is veel vraag naar een toelichting op ons onderzoek. Het is fijn dat organisaties dit zo snel willen oppakken en dat het onderzoek voor inspiratie heeft gezorgd", geven de onderzoekers aan.